Bij het waxen wordt warme wax op de huid aangebracht en daarna weer verwijderd. De haartjes moeten minimaal 4 mm lang zijn, zodat de wax zich goed aan hen kan hechten. Door de speciale samenstelling plakt de wax niet aan de huid, maar omsluit hij de haartjes volledig. Hierdoor worden ze, samen met de wortel, meegetrokken wanneer de wax wordt verwijderd. Dit zorgt voor een gladde huid zonder stoppels.
Consistentie is belangrijk bij waxen. Door het herhaaldelijk te doen, worden de haartjes dunner en fijner, waardoor de behandeling minder pijnlijk wordt en de periodes tussen waxbeurten langer worden. Dit proces vraagt geduld, maar levert op termijn een langdurig glad resultaat op.
